Start
contact
het doel
historie
nieuws
links
politiek
























































Berkel-Enschot 10-03-2009

De BabyBoomer

Geachte Dames/Heren,

 

Voorstellen van de heren Donner en Bakker om de pensioenleeftijd te verhogen, vragen om een reactie van  “De Babyboomer” en met name de groep geboren tussen 1950 en 1955.

Leeftijdsgenoten herkennen waarschijnlijk de beschrijving van mijn situatie.

Jack Reijnen, geboren op 04-08-1951, al 34 jaar gehuwd met Jeannine (56 jaar) en de ouders van 3 kinderen

Op 01-08-1966 (toen bijna 15 jaar oud) ben ik gaan werken, gestimuleerd door mijn ouders, waarbij het salaris de eerste jaren volledig werd afgedragen om mijn bijdrage te leveren in het gezinsonderhoud. Studeren kon je later altijd nog doen. Inmiddels werk ik al 42 jaar en heb ik trouw en verplicht belastingen en premies betaald voor allerlei soorten regelingen die in het vooruitzicht werden gesteld of in CAO’s werden afgesproken.

Dat gemaakte afspraken op enig moment worden bijgesteld kan ik best begrijpen, maar de wijze waarop, daar kan ik mij niet in vinden. Van het ene op het andere moment wordt er in een generatie een streep getrokken, waarbij wordt bepaald; .. is het nog alles of bijna niks.

Als je vóór 1-1-1950 geboren bent, heb je nog recht op allerlei opgebouwde regelingen, geboren op of na 1-1-1950 dan is er niets meer over van al die fatsoenlijke regelingen. Als we praten over leeftijdsdiscriminatie zou dit het meest sprekende voorbeeld zijn. Dat ouderen maximaal van deze regelingen gebruik hebben gemaakt is hen natuurlijk gegund, zij komen nagenoeg uit dezelfde geboorte periode en horen ook tot mijn generatie.

Als je jong bent spreekt een oudedagspensioen of pensioenleeftijd je nog niet aan. Je kunt er in elk geval aan wennen en maatregelen treffen als dat nodig is.

In de bijlage is een artikel bijgevoegd van het PME pensioenfonds waarin staat dat er een overgangsperiode is van 22 jaar. Je wordt ineens vergeleken met iemand die 22 jaar jonger is en dus ook 22 jaar korter werkt en in andere omstandigheden aan het arbeidsproces is gaan deelnemen. Daarbij geeft PME aan dat de afspraken onder voorbehoud gelden. Daar werk je dan al 42 jaar voor, voor die onzekerheid.

Als de overheid het over normen – waarden - respect en begrip hebben dan vraag ik mij af waar en over wie ze het hebben. Waarom is er geen redelijke overgangsperiode gemaakt voor mij en al mijn lotgenoten die geboren zijn tussen 1950 en 1955.  Als je 60 bent en je hebt  45 jaar gewerkt dan verlang je naar je welverdiende vrije tijd, waarbij gezondheid de onzekere factor zal blijven. De heren Donner en Bakker willen met allerlei voorbeelden het tegendeel bewijzen maar als je al zo lang werkt dan weet ik zeker dat 95% wil stoppen. Samen enkele jaren vitaal genieten na 45 jaar werken is toch niet teveel gevraagd. Waarom wordt ons dat recht ontnomen?

Al 30 jaar geleden werden wij als babyboomers “gemerkt” en is er geld gereserveerd in allerlei regelingen en voorzieningen, waar ook wij volledig aan hebben betaald. Waarom daarop bezuinigen?

Met de huidige financiële crisis zijn er ineens wel 10 tallen miljarden ter beschikking en komt er geld voor allerlei regelingen. De tijd zal leren hoeveel geld er zal zijn verkwist aan onnodige steun voor bedrijven en instellingen.

Natuurlijk zijn er afspraken over grotere buitenlandse projecten die financieel gesteund worden door de overheid, maar laat dat niet ten koste gaan van afspraken met je eigen inwoners.

Een aantal zaken kan anders worden opgelost.

Wil iemand doorwerken tot zijn 67e jaar, geef een bonus door belastingkorting.

Heb je 40 dienstjaren, ongeacht in welke bedrijfstak en ongeacht je werkgever, dan heb je recht op;

Vanaf 58e jaar recht op 1 dag minder werken per week.

Vanaf 60e jaar recht op 2 dagen minder werken per week.

Vanaf 60e jaar recht op opname van pensioen, wat elk jaar door werknemer kan worden gewijzigd

Na 40 dienstjaren uit de arbeidsmarkt  door faillissement werkgever of afvloeiing zonder een goed sociaal plan, recht op WW uitkering van 80% van huidig salaris.

De groep 1950-1955 betreft een totaal van ongeveer 420.000 mensen.

Deze generatie zal steun zoeken bij een partij die ook opkomt voor hun belangen.

Door een website te activeren zullen wij medestanders zoeken en aandacht gaan vragen

Wij verwachten veel positieve reacties, met als eerste doel een petitie te gaan aanbieden.

Ik zie uw reactie graag tegemoet,

Met vriendelijke groet,

Jack Reijnen