|
Artikel van Metalektro
Overgangsregeling voor
werknemers geboren in de jaren 1950 t/m 1972.
In de CAO worden afspraken opgenomen die de
overgangsregeling veilig stelt van werknemers die op 1 januari 2005
jonger waren dan 50 jaar.
De afspraken zijn in het protocol technisch en
met voorzichtigheid geformuleerd omdat gedispenseerde ondernemingen
vrezen voor de verplichte opname in een keer van alle toekomstige
toezeggingen op de balans als gevolg van de internationale
boekhoudregels.
Per 1 januari 2006 is de pensioenregeling
ingrijpend gewijzigd als gevolg van de wet VPL.
Onderdeel van de nieuwe regeling is een
overgangsregeling voor werknemers
geboren in de jaren 1950 t/m 1972.
Zij hebben een
voorwaardelijke toezegging
gekregen dat zij uiterlijk op 61 of 62 jarige leeftijd vervroegd met
pensioen kunnen gaan, ook als zij dat nog niet zelf via hun jaarlijkse
pensioenopbouw hebben gespaard.
Voor de financiering van deze overgangsregeling
wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de wet VPL biedt tot
uitgestelde financiering, de zogenaamde 15-jaarsregeling.
Het fonds
zou echter op enig moment tijdelijk over onvoldoende middelen kunnen
beschikken om de toegezegde overgangsregeling te betalen.
Dan zou
alsnog langer moeten worden doorgewerkt als er geen extra
middelen(bijvoorbeeld via premieverhoging) beschikbaar zijn.
Ook kunnen zich praktische problemen voordoen in
het behoud van de overgangsregeling bij individuele of collectieve
overgang binnen de Metalektro.
Vandaar dat in de CAO-tekst zal worden
vastgelegd dat werkgevers in de Metalektro die vrijstelling is verleend
voor deelname aan het bedrijfstakpensioenfonds (PME) verplicht zijn een
zelfde overgangsregeling te treffen voor werknemers geboren van 1950 t/m
1972 als die van PME.
PME reserveert jaarlijks circa € 80 miljoen voor
deze overgangsregeling.
De voorwaardelijke aanspraken worden opgebouwd
en gefinancierd uiterlijk bij ingang van het ouderdomspensioen.
De eerste inkoop van aanspraken kan daardoor op
1 januari 2010 plaats vinden, namelijk de datum waarop de medewerker
geboren in 1950 vervroegd met pensioen kan gaan.
PME kan besluiten tot vervroegde inkoop van
voorwaardelijke afspraken.
Vrijgestelde ondernemingen hebben een eigen
verantwoordelijkheid voor de financiering van de overgangsregeling
uiterlijk op de datum van de pensioeningang.
|